Tsjoek

Het geluid van de schop splijt mijn hart. Een golf misselijkheid trekt door me heen. Tsjoek, tsjoek, tsjoek. Het ritme van de dood. In mijn voortuin. Op maandagochtend.

Elke klap brengt het einde van de zestigjarige roos dichterbij. Mijn lieveling, met de schitterende rozerode bloemen en haar zachtroze geur. Elke zomer tovert ze de buitengevel van ons huis om tot een weelderige bloemenzee. Nu in doodsnood. Een kapot riool wordt haar fataal.

Met een verbeten trek om de mond doorklieft de toegewijde man milimeter voor milimeter de polsdikke penwortel. De geur van vochtige aarde en plantensap is overal. Zijn maat observeert de strijd tussen man, schop en roos onaangedaan. Lusteloos en zonder bijster grote interesse. Voor hem een dag zoals alle anderen. Misschien een beetje koud voor de tijd van het jaar.

Maar de oude reuzin laat zich niet zomaar ontwortelen. Ze biedt heldhaftig weerstand aan het geweld van indringend staal en onverholen agressie. Zweet gutst langs het van inspanning gezwollen gezicht van de rozenploert. De ochtendfrisheid is er nu wel zo’n beetje van af. De geur van zeep en haargel maakt plaats voor mondgeur en een zweem vettige scheet.

Hij begint te grommen. Te sissen zelfs. En tenslotte te vloeken. ‘Got nondeju, kolere’. Als een bezetene begint hij aan de plant te rukken. Man en plant, in gevecht. ‘Je gaat er aan, jij teringding’. Speeksel vliegt rond en er druipt waterig vocht uit zijn neus. Hij haalt zijn mouw langs zijn gezicht, een zwarte veeg blijft op zijn wang achter.

Zijn maat is inmiddels aan zijn derde shaggie begonnen en geniet er zichtbaar van. Blaast de rook met licht geheven kin en getuite lippen uit.

Het wordt me teveel. Met dichtgeknepen keel en prikkende ogen loop ik het huis in.

Tsjoek. 

Opeens is het oorverdovend stil.

Dagenlang heeft de ontzielde plant op het gazon gelegen. Tot ik voldoende moed bij elkaar had geraapt om haar in stukken van veertig centimeter te knippen. Voor haar laatste rustplaats, de groenbak.

Deze week stelde ik een set parfums samen voor iemand die naar de studio kwam voor een geuradvies. Een van de opgenomen parfums was Agent Provocateur van Agent Provocateur: een parfum met de tere geur van bleekroze rozen, een toefje warme huid, een zweem aarde en wat stekeligs. Het bracht me terug naar die ochtend twee jaar geleden, toen de prachtige klimroos werd geveld. Inmiddels geniet ik van haar opvolgster, de schitterende New Dawn, die elke zomer en nazomer overdadig bloeit.

Joy, ‘double it Henri, double it’

Een jaar na de beurscrash van 1929 introduceerde mode-ontwerper Jean Patou het naar zijn zeggen duurste parfum ter wereld. Joy werd gecreëerd als relatiegeschenk voor zijn veelal Amerikaanse clientèle die dol was op zijn grensverleggende sportieve ontwerpen. Het heeft Patou geen windeieren gelegd.

Die Patou was trouwens een fenomeen. Na zelf de loopgraven van de eerste wereldoorlog te hebben overleefd, begaf hij zich de rest van zijn leven in de wereld van de glitter en glamour en werd een van de bekendste societyfiguren van zijn tijd. Het verhaal gaat dat hij tijdens zijn vakantie in Biaritz twee Hispano Suiza’s tot zijn beschikking had: een witte met een donkere chauffeur voor zonnig weer en een donkere met een blanke chauffeur voor regenachtig weer. Dat is nog eens wat anders dan een Chiwawa als accessoire.

Wat maakte Joy nu zo duur? Was het enkel een briljante quote van de bedenker Elsa Maxwell, of stond het parfum inderdaad bol van de extreem kostbare ingrediënten?

Toen Patou vijfentachtig jaar geleden naar Grasse toog om zijn parfumdroom te laten verwezenlijken door Henri Alméras, liet hij er geen onduidelijkheid over bestaan. Het moest een subliem parfum zijn en pure luxe uitstralen. Toen Alméras hem het geursample voorlegde van de baby Joy gaf hij hem de opdracht de concentratie van het parfum te verdubbelen. ‘Double it Henri, double it’. ‘Maar monsieur, dat maakt het parfum onbetaalbaar…’. En daarmee gaf Alméras de aanzet tot één van de meest succesvolle slogans in de parfumwereld.

We zullen nooit met zekerheid weten of Patou de waarheid spak, maar de cijfers zijn indrukwekkend: 30 ml. pure parfum is goed voor 10.600 jasmijnbloemetjes en 28 dozijn rozen (deels Rose de Mai uit Grasse en deels Rosa Damascena uit Bulgarije). Gezien het feit dat het pure parfum al sinds enige tijd niet meer geproduceerd wordt, lijkt dit met terugwerkende kracht het verhaal van Patou te bevestigen. Zou je dit exquise parfum toch nog willen ruiken dan zit er niets anders op dan je geluk te beproeven op Ebay. Wat nog wel verkrijgbaar is zijn de Eau de Toilette en de Eau de Parfum, elk met een iets ander karakter.

★★★★☆ JOY Edt (1983) door Jean Kerléo voor Jean Patou
♪♪♪ ∫∫ ♀ €€⎢floral ⎢verkrijgbaar via internet en bij Robert Nederveen
Na alle geuren met kamfer en oud die de afgelopen weken enigszins mijn verkouden neus konden plezieren, bespeur ik deze week een dringende behoefte aan een intens bloemenparfum. Een blik in mijn doos bloemige parfums, doet me zonder enige terughoudendheid naar een klein vintage flesje van de Eau de Toilette versie van Joy grijpen.

Zeer krachtig bloemenbouquet van jasmijn en rozen. Klein zeepje op de achtergrond, iets poederigs en een pietsie groen. De geur straalt krachtig naar buiten uit, laat zichzelf zien, toont geen enkele reserve. Intens, maar niet log, verdicht of bedwelmend. Het duet van jasmijn en roos duurt uren, dan speelt jasmijn de eerste viool, dan weer de roos.

Joy doet denken aan de ingetogen chique sfeer die rond een grand old lady met ‘oud geld’ hangt. Het parfum is ultra-feminine met een zeer klassieke signatuur. Ik kan het bijzonder waarderen, maar vandaag de dag als parfumstijl waarschijnlijk net zo onhip als een rode Bordeaux.

Soms heb ik zin om me onder te dompelen in een bloemensymphony, en zo’n klassiek kunstwerkje als Joy is een geursensatie die ik iedere parfumliefhebber toewens. Hou jij van deze parfumstijl? En wat zijn jouw favoriete bloemenklassiekers? Vertel!