Tsjoek

Het geluid van de schop splijt mijn hart. Een golf misselijkheid trekt door me heen. Tsjoek, tsjoek, tsjoek. Het ritme van de dood. In mijn voortuin. Op maandagochtend.

Elke klap brengt het einde van de zestigjarige roos dichterbij. Mijn lieveling, met de schitterende rozerode bloemen en haar zachtroze geur. Elke zomer tovert ze de buitengevel van ons huis om tot een weelderige bloemenzee. Nu in doodsnood. Een kapot riool wordt haar fataal.

Met een verbeten trek om de mond doorklieft de toegewijde man milimeter voor milimeter de polsdikke penwortel. De geur van vochtige aarde en plantensap is overal. Zijn maat observeert de strijd tussen man, schop en roos onaangedaan. Lusteloos en zonder bijster grote interesse. Voor hem een dag zoals alle anderen. Misschien een beetje koud voor de tijd van het jaar.

Maar de oude reuzin laat zich niet zomaar ontwortelen. Ze biedt heldhaftig weerstand aan het geweld van indringend staal en onverholen agressie. Zweet gutst langs het van inspanning gezwollen gezicht van de rozenploert. De ochtendfrisheid is er nu wel zo’n beetje van af. De geur van zeep en haargel maakt plaats voor mondgeur en een zweem vettige scheet.

Hij begint te grommen. Te sissen zelfs. En tenslotte te vloeken. ‘Got nondeju, kolere’. Als een bezetene begint hij aan de plant te rukken. Man en plant, in gevecht. ‘Je gaat er aan, jij teringding’. Speeksel vliegt rond en er druipt waterig vocht uit zijn neus. Hij haalt zijn mouw langs zijn gezicht, een zwarte veeg blijft op zijn wang achter.

Zijn maat is inmiddels aan zijn derde shaggie begonnen en geniet er zichtbaar van. Blaast de rook met licht geheven kin en getuite lippen uit.

Het wordt me teveel. Met dichtgeknepen keel en prikkende ogen loop ik het huis in.

Tsjoek. 

Opeens is het oorverdovend stil.

Dagenlang heeft de ontzielde plant op het gazon gelegen. Tot ik voldoende moed bij elkaar had geraapt om haar in stukken van veertig centimeter te knippen. Voor haar laatste rustplaats, de groenbak.

Deze week stelde ik een set parfums samen voor iemand die naar de studio kwam voor een geuradvies. Een van de opgenomen parfums was Agent Provocateur van Agent Provocateur: een parfum met de tere geur van bleekroze rozen, een toefje warme huid, een zweem aarde en wat stekeligs. Het bracht me terug naar die ochtend twee jaar geleden, toen de prachtige klimroos werd geveld. Inmiddels geniet ik van haar opvolgster, de schitterende New Dawn, die elke zomer en nazomer overdadig bloeit.

AlmondMilk

Geachte mijnheer Edet,

De zomer was kort en nat dit jaar. De avonden op het terras op twee vingers te tellen. Weet u dat begin augustus de geur van de herfst al door de straten van Maastricht trok? Ik schrok me dood. ‘Neus, hou je me voor de gek?’

Heeft u het misschien ook geroken? Die typische droge kruidigheid, iets wat inzit tussen jute, oud papier en gedroogd veldboeket, vaal grijsgroen van kleur? Een onrustbarend teken, want dat zou betekenen dat de zonnekracht haar hoogtepunt alweer heeft gehad en de vroege avond van het jaar is gearriveerd.

Inmiddels laten de lindebomen alweer weken hun bladeren los. Neus rook het -uiteraard!- goed.

Kunt u misschien net als ik maar moeilijk de zomer loslaten? En was dit de inspiratiebron voor uw nieuwste produktontwikkeling: de illusie van spetterend zomervertier opgesloten in een rol papier?

Hoe het ook zij, de innovatieprijs is voor u. Met afstand.

Want ik hoef de deur maar te openen om me aan de Méditerranée te wanen. Waar de zee me tegemoet schittert en het bloedhete strand in de trillende lucht hangt. Waar zand onaangenaam tussen mijn natte tenen schuurt en een kroonkurk in mijn voetzool bijt. Maar wat kan het schelen? Want gelach waait me tegenmoet, de golven breken bulderend in de branding en watermist slaat neer op mijn schouders.

Half verdoofd door de zon dringt de roep van de donkere jongen met de rode koelbox vol Cornetto’s tot me door. De geur van Ambre Solaire passeert. Opgetogen bekijk ik ‘s avonds het witte bikinihesje in de spiegel.

Soms geeft de deur toegang tot mijn kindertijd. De zwemlessen in Sportfondsenbad Oost in Nijmegen. Het autoritje ernaartoe met dat vreemde gevoel in mijn maagstreek. Warme lucht, gevuld met chloor en opgewonden kreten bij de ingang. Een enkele ouder op de houten banken naast het bad. De doffe klank van de springplank.

Later stroop ik met moeite het koude natte badpak van mijn rillerige lichaam. Het laat rode strepen achter op mijn buik. Een grove voet met dikke teennagels aan een harig onderbeen kleppert op blauwe kunststoffen badslippers langs mijn kleedhokje.

Rozig hap ik in de auto op de terugweg in twee sneetjes peperkoek met margarine, zoals altijd in aluminiumfolie verpakt.

Mijnheer Edet, het zomert in mijn toilet en het regent herinneringen. En dat allemaal door uw vierlaags AlmondMilk toiletpapier.

Ik kijk uit naar de volgende innovatie: KaneelAppelmoes misschien?

GeurTerreur

Is er ook maar ìemand die graag het weeïge geurlandschap van zijn voorganger in zijn neusgaten verwelkomt, terwijl hij plaatsneemt op de nog warme bril?

Natuurlijk, er zijn uitzonderingen op die regel, al ken ik ze niet persoonlijk. Niet vreemd ook. Deze weeffout in je karakter hang je niet graag aan iemands neus. Alhoewel. Marquis de Sade, notoire liefhebber van alle vleselijke lusten waar een donker randje aan zit en die zijn neus wellustig drukte in al wat het lichaam ten zuiden van de navel loslaat, doet er bepaald niet besmuikt over in zijn geschriften.

Maar de toiletverfrisser in openbare gelegenheden is een vloek. Vermomd in een witte, lichtgrijze of roomkleurige kunststoffen behuizing, met ronde of elipsvormige opening braakt het meestal onaangekondigd en veelal vanboven, zijn reukspoor uit. Het heet ‘geurdispenser’ en oefent stoïcijns zijn olfactorische guerilla uit op een moment waarin de mens het kwetsbaarst is. Lafbek.

Inmiddels heb ik een heel arsenaal aan technieken ontwikkeld om maar niet besprongen te worden door het geurige gespuis van Rentokil en consorten. Wegduiken, tissue tegen de opening aandrukken, met de rug tegen de muur naar het toilet schuifelen, of: de deur openen, wachten op het vermaledijde ‘pssss’, door de knieën gaan en in eendenpas het toilet uitstappen, zijn een greep uit mijn inmiddels brede en nog steeds groeiende repertoire.

Want de toiletjongens innoveren zich een ongeluk.

Laatst visiteerde ik een op het eerste gezicht keurig toilet in een even keurig hotel. Na een opstapje, een blinde deur, een spiegelgladde houten vloer, 20 meter stemmig verlichte gang, een trap met 22 treden en een hellingshoek van 30 graden en nog eens twee toegangsdeuren bereik ik in nood het kleinste kamertje, ver weggestopt in het souterrain.

Met een zucht van verlichting ga ik boven de pot hangen en geniet van het spaarzame moment van rust op deze overvolle dag. Tot ik na een seconde of 5 vanuit de linkerhoek achter me de roep van een schorre kaketoe hoor en iets vochtigs in mijn nek voel.

What the?

Nadat mijn verbijstering plaatsmaakt voor nieuwsgierigheid, draai ik mijn hoofd richting de onverlaat die zojuist mijn High Tea heeft verluchtigd met de synthetische geur van lentebloemen. En daar hangt ie de gluiperd, op hoofdhoogte, een verstuiver ter grootte van een pakje papieren zakdoekjes. Op afstand aangestuurd door een sensor bij de wasbak.

Het moet gezegd. Hier is een produktontwikkelaar aan het werk geweest met gevoel voor humor. En met een ondeugende inborst. Want een verstuiver die de argeloze bezoeker in ontbloot onderlijf eerst op een schreeuw trakteert en vervolgens op de splash van een schorre kaketoe, heeft een dirty mind.

Maar mij foppen ze niet nogmaals. De volgende keer haal ik een paraplu bij de receptie. ‘Voor die spuitende kaketoe op het toilet.’

 

My Funny Valentine

Als je letterlijk overal aan ruikt, kom je soms tot verrassende ontdekkingen. Bijvoorbeeld dat zojuist gesneden stelen van tulpen licht naar asperges geuren. Of de nieuwe lipstick naar suikerspin. En dat het theeglas in dat leuke nieuwe restaurant riekt naar zweetvoeten.

Deze weken overheerst de geur van ‘nieuw’ mijn leven. Hij is zo sterk dat ik er zo nu en dan niet van kan slapen. Ontelbare hersencellen zijn ‘s nachts al teloorgegaan aan het mijmeren over de juiste kleur grijs voor de vloer. Hoezo juiste kleur grijs? Grijs is toch grijs? Vergeet het. Want er is Mono, Rubine Ashes, Welcome, Down, Dash of Soot, Dolphin, Perennial Grey en nog zo’n vijftig andere tinten. Voor iemand die geboren is onder het sterrenbeeld Weegschaal een Gordiaanse knoop. En ook andere dingen als de afmeting van de steigerhoutentafel, de kleur van de lockers voor de geurbibliotheek of de witte buisframestoelen op Marktplaats houden me behoorlijk bezig.

Het begon allemaal enkele maanden geleden met de geur van vermoeid gebouw. De dry down van een meer dan vijftig jaar oude brandweerkazerne die ook leegstand en een grillig kunstenaarsbestaan heeft gekend, is teleurstellend alledaags. Muf, stoffig en vochtig, met op de eerste verdieping een zweem rubber van stukgetrokken vloerbedekking en bij de voormalige smeerput een hint van olie en diesel. Of verbeeld ik me dat laatste en wordt Neus gefopt door een een geurige fata morgana? Fata morgana of niet, na de rondleiding knik ik enthousiast naar de verhuurder en weet: ‘dit is het’.

Zes maanden en een intensieve renovatie later heeft de schilders- en schoonmaakploeg de geur van stof vervangen door die van bijtend schoonmaakmiddel en stopverf. Met zo’n twintig andere creatieve bedrijven heb ik mijn intrek genomen in een herboren kazerne. En ook al ben ik nog tot eind van de maand verstoken van internet, ik wil er elke dag zijn. Ook in het weekeinde. Al is het maar even. Verzin smoezen als ‘Moet de kruiden even water geven’ of roep uit ‘Waar is Lady Vengeance (te vervangen daar elk willekeurig ander parfum)?! Ach nee, op Brandweer!’. Om vervolgens met een gelukzalige glimlach op mijn fietsje naar de andere kant van de stad te peddelen.

Verliefd op mijn nieuwe werkplek. Yep. En hevig.

Wordt vervolgd ;-) .

Groen Parfum

Een koffiemok uit een printer en een hamburger van gekweekt vlees. We vinden de wereld opnieuw uit nu we beseffen dat voor ons teakhouten tuinmeubilair een bos in Indonesië wordt gekapt en dat een koe voor een biefstukje honderden kilo’s graan weg kauwt.

Ook de parfumbranche, volgens Nielsen in Nederland goed voor een groei van 4% met een omzet van € 418 miljoen in 2011, ontwikkelt initiatieven voor een duurzamere bedrijfsvoering.

Een van de voorlopers in de branche is Thierry Mugler. Mugler, van origine mode-ontwerper, was al eco bewust lang voordat Al Gore met zijn An Inconvenienth Truth alarm sloeg. In 1992 bracht hij het revolutionaire parfum Angel op de markt, waarin hij als eerste aroma’s van chocolade en suikerspin verwerkte. Minstens zo vernieuwend was de gelijktijdige introductie van The Source, een apparaat waarmee een leeg flesje parfum kon worden nagevuld en de klant 35% op het aankoopbedrag bespaarde. Dit voorjaar lanceerde Mugler de derde generatie van deze parfumfontein, nu gevuld met niet één maar drie geurige kaskrakers: Angel, Alien en Womanity.

Het Franse bedrijf verwacht dit jaar 1.350.000 refills te verkopen en dat scheelt een afvalberg ter grootte van wat een gemeente als pakweg Noorbeek in Zuid-Limburg in een jaar produceert. Droom even met me mee. Chanel no. 5 is goed voor het plaatsje Buren, J’adore voor Aerdenhout en One Million voor Gulpen. Toch krijgt het initiatief van Mugler weinig navolging, andere merken beperken zich tot het aanbieden van navulverpakkingen.

De meest invloedrijke innovatie in de geurwereld is de zogeheten headspace technology. Deze techniek maakt het mogelijk het aroma van een plant of zelfs een plek te ‘vangen’ zonder haar ook maar te beroeren. Het werkt als volgt. Een glazen kap wordt over bijvoorbeeld een exotische bloem geplaatst, de welriekende moleculen worden opgevangen en door een gaschromatograaf geanalyseerd. Daarna wordt de geur in een laboratorium nagemaakt uit synthetische grondstoffen. Niet alleen voorkomt zo’n olfactorische foto de teloorgang van zeldzame natuurlijke bronnen of ecosystemen, zij geeft ook nog eens een meer natuurgetrouw beeld van het aroma dan traditionele extractiemethodes als stoomdestillatie of inweking. Vandaag de dag zitten parfums dan ook vol met weelderige geursensaties uit oerwoud of achtertuin, zonder dat er ook maar een blaadje is gekrenkt. Shiseido’s Zen, Chrystal Noir van Versace en Roger & Gallets Eau de Lotus Blue zijn hiervan voorbeelden.

En de ontwikkelingen gaan door. Dit jaar is het eerste prototype van een geurcamera voor thuisgebruik verschenen. Deze ‘Madeleine’, genoemd naar de geurige cakejes waar Proust over verhaalt in ‘À la recherche du temps perdu’, houdt het midden tussen een mini-stofzuiger en een polaroidcamera. Nog even en we maken ons eigen parfum met de geur van zelfgebakken appeltaart of, voor de meer avontuurlijken onder ons, die van babyluier of beslapen beddengoed.

Geurfoto’s, synthetische vervangers, parfumfonteinen en navullingen. Goede ontwikkelingen in een branche die vorig jaar meer dan 1000 nieuwe parfums op de markt bracht. Maar ondertussen kan ook de parfumgebruiker een duit in het groene zakje doen. Door bijvoorbeeld goed te luisteren naar zijn neus als hij snuffelt aan die nieuwste geurige illusie van sensualiteit, jeugdigheid of viriliteit. Dat scheelt heel wat verweesde flesjes in de badkamerkast.


Het is nog een prototype die Madeleine, maar is het niet een opwindend vooruitzicht? Welke geur(-en) zou jij als eerste ’bottelen’? En hoe zit het trouwens met die verweesde flesjes in jouw badkamerkast? Ik heb er een goede list op gevonden: ze maken
deel uit van mijn parfumbibliotheek ;-)  …

Voetjes

Het zijn er duizenden. Misschien wel tienduizenden. In rommelige patronen, door elkaar, in elkaar en tegenover elkaar. Een maat 46 naast een maatje 37. Een hondenpoot in een blote voet. Er zijn sportschoenen en stoere laarzen. Paardenhoeven in galop en de dubbele driehoeken van meeuwenpootjes.

In het strand van Cadzand wordt ook weer vandaag de levensgeschiedenis van ontelbare bezoekers opgetekend. Een podoloog moet er zich eindeloos mee kunnen vermaken. Haalt er moeiteloos een verschil in beenlengte of een stijve knie uit.

Zo hier en daar ontwaar ik een kindervoetje. Die vind ik het mooist. Lichtvoetig dansen ze over het koude grijze zand. Elke afdruk als een teder kusje, een verlegen flirt met het leven. Alsof de reis van hemel naar aarde nog niet is afgerond en voorzichtig wordt geproefd aan het aardse bestaan.

Mijn oog valt plots op een diep ingezonken voet. Moet van een zwaar exemplaar zijn. Of is het een poot? Nee, ik tel vijf tenen dus dat is een voet. Een voet met vreemd lange tenen en dito nagels. Zonder hak. Even bevind ik me op het strand van Homer, Alaska, waar grizzly’s hun middagwandelingetje maken. Deze afdruk lijkt verdomd veel op wat ik daar heb gezien. Niets gelezen trouwens over een ontsnapte beer uit de dierentuin van Antwerpen. Maar goed, het kan een hele slimme zijn.

Over enkele uren is geen spoor meer te bekennen van deze in het zand afgedrukte levensverhalen. Dan heeft de maan de zee over het strand getrokken en beginnen al deze voetjes aan hun reis door Het Kanaal.

Sommigen zakken direct naar de bodem, zwaar door de last van het leven.
Anderen schepen zich in bij een bruinvis of slenteren over de bodem richting Engeland. Een enkeling laat zich doelloos op de stroming meevoeren, in het vertrouwen dat het leven hem goed gezind is.

En de berenpoot? Die is vast op weg naar Alaska.

 Ik hou van de zilte lucht van de zee en het strand. Parfumeurs laten zich er ook graag door inspireren. Een van de mooiste voorbeelden vind ik Sel Marin van Heeley, gedomineerd door de geur van zeewier en knisperend als het zand tussen je voeten. Of Profumums Acqua di Sale, een hap oester is er niets bij. 

Hou jij van de geuren van de zee? En is er een parfum wat je daaraan doet denken? Vertel!

 

De geur van inspiratie

De gouden Aarde is vol en vast en klaar,
De Hemel welft zich donker en zacht blauw,
Het Heelal is die donkerzachte dauw,
Alleen de Zon en de Aarde zijn zichtbaar.

Van die twee samen, van dat jonge paar,
Is de Zon de algoudene flambouw,
En de Aarde de liggende landouw.
In goud en groen beide volkomen baar.

En in het zachte en volkomen blauw
Is de Zon een Man met een gouden regen
En de Aarde een wijde groene Vrouw,

Genietend ‘t stille geluk van dien zegen.
Zon, Aarde en Heelal zijn ééne lach
Rondom de Menschheid heen. Dit is haar Dag.

(Herman Gorter: de gouden aarde)

Elk jaar verheug ik me op de maanden die het kalenderjaar in tweeën knippen, juli en augustus. Het tempo in Maastricht zakt dan terug, de straten worden leger en de gezinnen met schoolgaande kinderen trekken de stad uit.

Heerlijk vind ik het om achter te blijven, in alle rust wat te werken, een beetje te tuinieren of de gang van een slak of een vlinder te volgen. Te laten bezinken wat het jaar me tot nu toe heeft gebracht en te filosoferen over het najaar.

Ja, deze maanden zijn mijn mijmertijd. Op een bankje, in het gras, tijdens een wandeling op een zachte zomeravond. Of op een terras met een drankje in de hand, waar de ijsblokjes zwevend hun kou loslaten.

Maar voordat deze tijd aanbreekt, stap ik op het vliegtuig naar Londen. Voor een post-doc over de toepassing van geur als sfeerbepalend element in een ruimte. Wat een heerlijk vooruitzicht. Vijf dagen lang met mede-grenouilles de geur van inspiratie opsnuiven.

Van deze en andere belevenissen zal ik je zeker verslag doen, wel wat onregelmatiger dan je van me gewend bent want: het is mijmertijd.

Ik wens je een heel fijne zomer!

Iets anders: ik ben nogal ‘nosy’ van aard en dus behoorlijk nieuwsgierig naar jouw geurige zomerbelevenissen. Zou je ze willen delen met mij en de gemeenschap der edele snuffelaars op deze blog? Een kleine notitie, een losse flodder, een opmerking, een geurnotitie, een verhaal of gedicht, voel je welkom!

*uit: Herman Gorter, Verzamelde werken. Deel 8. Laatste gedichten, uitgeverij Querido

Inner smellscapes

Perfume is too often an ethereal corset trapping everyone in the same unnatural shape. A lazy and inelegant concession to a fashionable ego.

Het zijn de woorden van Christopher Brosius, grondlegger van het parfumlabel ‘I hate perfume’ in Williamsburg, New York City. Hij kreeg een hartgrondige hekel aan parfum toen hij in de tachtiger jaren als taxichauffeur in zijn levensonderhoud voorzag. Het geurspoor dat vrouwen in zijn wagen achterlieten van parfums met schoudervullingen zoals Poison, Giorgio of Boucheron maakten hem misselijk en narrig.

People who smell like everybody else disgust me.

Het moeten zware tijden voor hem zijn geweest daar in die yellow cab. Maar ook een bron van inspiratie naar later zal blijken. Na NYC de rug te hebben toegekeerd en zich enkele jaren te hebben opgehouden in de countryside bij zijn ouders in Pennsylvania, keert hij na een life changing experience terug naar The Big Apple. Het boek A Natural History of the Senses van Diane Ackerman schudde zijn neus wakker en legde de kiem voor het unieke parfumuniversum dat hij zou gaan creëren.

Een reis door Brosius’ universum is een reis door de geest van een man die zichzelf een kunstenaar noemt. Dat hij Jean-Claude Ellena noemt als meest gewaardeerde collega is niet verwonderlijk. Brosius is net als Ellena een minimalist, die de kunst van het weglaten beoefent.

Maar de route die Brosius aflegt is omgekeerd aan die van Ellena. Waar Ellena in de tachtiger jaren zijn visitekaartje afgeeft met First van Van Cleef & Arpels, een romantische bloemensymphonie full brass, om daarna steeds transparanter en minimalistischer te gaan werken, start Brosius zijn carrière met het bottelen van een enkel molecuul onder zijn eigen label Demeter in 1992. Wat volgt is het nabootsen van geuren van drank (Gin&Tonic, Cosmopolitan), eten (Apple Pie, Banana Flambee) en van het dagelijkse leven (Sawdust, Laundromat).

Definitief vestigt hij zijn naam als grensverleggend parfumeur met het bedrieglijk eenvoudige Snow, een parfum dat ruikt naar een besneeuwde winterdag. Hij werkte er jaren aan en ontvangt er twee fifi-awards voor (de Oscars van de parfumindustrie).

Na de breuk met Demeter in 2004, opent hij nog datzelfde jaar de deuren van zijn parfumstudio ‘CB / I hate perfume’ in Williamsburg (NYC) op de grens van een residential area en een industrieterrein.

Te oordelen naar de blinkende koffiezaak 30 meter verderop en het überhippe Wythehotel op de hoek van de straat, zit de buurt in de lift. De muren van het naastgelegen pand zijn inmiddels voorzien van opmerkelijk keurige graffiti. Op oudere foto’s is een onooglijke blinde muur zichtbaar, waarachter van alles schuil zou kunnen gaan: van opslag van vintage kleding en auto-onderdelen tot labo voor de nieuwste partydrugs.

Perfume is the signpost to our true selves – a different journey for the brave to travel

Perfume is the weather of our inner world bringing life to a personal landscape

In de zaak is het stil. Geen stampende muziek hier, zoals die overal in NYC klinkt. Enkel het krassen van pen op papier en de flarden van een gesprek achter in de studio zijn hoorbaar. ‘Wow, what’s this man?’, ‘I don’t know, really, I don’t know’.

De zaak houdt het midden tussen een winkel, een gallery (zo noemt Brosius het zelf) en een werkplaats. Het is een kale ruimte met een antracietkleurige betonnen vloer en witte wanden. Geen opsmuk hier, de glamour is ingeruild voor een naakte paspop, een racefiets, enkele dozen drinkwater en 6 witte Ikeakasten. Links staan de honderden flesjes natuurlijke en synthetische grondstoffen, rechts de vruchten van zijn geurige arbeid.

Zijn transparante en subtiele parfums lezen als een intiem logboek met herinneringen, korte verhalen, quotes, pennenstreken, gedichten, emoties, overpeinzingen, impressies en uitroepen:

In the Library
Invisible Monster
Outside
Under the Arbor
Soaked Earth
Just Breathe
M3 November

Een reis door zijn geurwereld is een reis door ‘s mans limbische systeem en onthult Brosius’ hoogstpersoonlijke inner smellscape.

Hoe het daar ruikt? Naar vers omgewoelde aarde, zondoorstoofde appels, oude bontmantel, zweet, Ambre Solaire, zomerzee, warme dennennaalden en regen, om maar eens iets te noemen. Naar het leven zelf. Van een man die parfum haat, maar het geweldig vindt om parfumeur te zijn. En ergens zweeft tussen hemel en aarde.

Helaas zijn z’n geurige geesteskinderen niet in Nederland te koop. Wel is een deel van zijn assortiment te koop bij www.cultbeauty.com in Groot-Brittanie. Gelukkig is er ook goed nieuws te melden. Bij enkele Nederlandse internetwinkels is wat van zijn vroege werk uit zijn Demetertijd te koop. Bijvoorbeeld het eerder genoemde Snow, Dirt en Tomato.

De geur van adel

‘Eigenlijk was ik liever notaris geworden of banketbakker. En sluiswacht leek me vroeger ook wel wat, heerlijk die rust van het water en die voorbijtrekkende bootjes. Later droomde ik van een leven als huisman. Jazeker, huisman. Zoete vergezichten had ik daarbij. Lekker door het huis scharrelen in mijn verwassen lichtblauwe boxershort met berenmotiefjes en luchtballonnen. Hup, de voddige vaaloranje ochtendjas er losjes overheen en klaar voor de dag. Mijn voeten in de blauwbruin geblokte oude-mannen-pantoffels, na jaren trouwe dienst twee vormloze en onwelriekende schoenhompen, geen hond die het ziet.

Fantastisch leek me dat, de hele dag een beetje stinken terwijl ik mijn kleintjes hun fruithapje en boterhamblokjes in de mond stop. Krantje lezen (stiekem ook die van wakker Nederland), plaatjes draaien, snurkje doen, dromerig door de tuin dwalen, zo hier en daar een uitgebloeide bloem uit het perk plukken. Idyllisch toch? ‘s Middags een mailtje sturen aan die goede vrind in Mozambique, die briljante wetenschapper, die geniale internetondernemer. Pompiedompiedom. Wat een leven, man oh man.

En net voordat mijn vrouw stralend en bubbelend van de succes-adrenaline het huis in waait, gezwind mijn tanden poetsen, een washandje halen over enkele kritische lichaamsdelen en die ene zandkleurige Dockers zonder vlekken aanschieten. Ziet u het voor u? En terwijl het grind al onder de wielen van haar Volvo knerpt, hink ik met één been in een broekspijp en met een druipende tandenborstel in de mond door het huis, op zoek naar mijn fles Eau Sauvage.

Rijkelijk sprayen, blije glimlach rond de mond, hand door de kuif en ja, daar is ie weer!, mijn opgeruimde frisse zelf. Net op tijd.

Duifje, wat heerlijk dat je weer thuis bent, hoe was je dag?

Ze praat honderduit, over een kredietje hier en wat liefdadigheid daar, de wegopbreking in de buurt van Deventer waar ze een lint moest doorknippen en vertelt over die ‘oh zo léuke man’, terwijl ik haar Louboutins uittrek, haar gezwollen voeten masseer en even knabbel aan haar welgevormde tenen. Die geur van panty, leer en warme gezwollen voeten, zegt u? U weet toch: liefde maakt de neus doof en de honger zoet.

Tsja.’ Weemoedig staart hij in de verte.

We weten allemaal dat zijn leven anders is gelopen. Hij dribbelde als eerste door de gangen van kasteel Drakensteyn met op zijn rug een loodzware feloranje rugzak met daarin de routekaart van zijn leven en een hermelijnenmantel.

Wat zou ik graag even mijn neus stoppen in de mottige plooien van het gevaarte. Vertel eens Majesteit, hoe ruikt dat nou, de geur van oude adel?

Omdat een antwoord van onze koning hoogst onwaarschijnlijk is, vraag ik het jou. Laat je fantasie de vrije loop en mijmer over de geur van adel. Onder de inzendingen wordt een 2 ml. spraytje van Royal Saffron Parfum van Bella Bellissima verloot (enkel bij Selfridges in Londen verkrijgbaar): het parfum dat ik afgelopen dinsdag droeg ter ere van onze nieuwe vorst.

Hoera! Hoera! Hoera!

✫✫✫ Dank iedereen voor de leuke reacties! De trekking heeft inmiddels plaatsgevonden: Anna gefeliciteerd! Mail je me even je adres? ✫✫✫

Inktvisbekjes en ambergris

Terwijl Johannes de Bultrug zijn zwanezang zingt en Nederland een brok in de keel wegslikt, ligt verderop een potvis in het zand. Het imposante dier trekt geen enkele aandacht. Het ligt daar moederziel alleen, terwijl de camera’s bronstig snorren voor Johannes die later een Johanna blijkt te zijn.

Met de kennis van nu zou de potvis een volksverhuizing teweeg hebben gebracht. Zouden er op het strand dranghekken zijn geplaatst om de mensenmenigte te leiden. Zouden ME busjes met schiettuig en satellieten klaarstaan om snoodaards met lelijke plannen te weren. Of om gretige moleculenmagiërs te ontmoedigen die zich voor de rest van hun leven willen verzekeren van de olfactorische heilige graal.

Het loopt allemaal anders. Na het heengaan van Johanna valt opeens het oog op de tienduizenden kilo’s van dat andere zoogdier. Goh, jij ook hier? Hij wordt op een kar getakeld en naar Ecomare gebracht, een onderzoeksinstituut en zeepretpark op Texel. De mensen daar hebben geen idee wat hen te wachten staat.

Aan de slag ermee!

Na uren snijden in de mannelijke zeereus liggen vijf enorme stenen van samen 84 kilo op tafel. Gevonden in de endeldarm van het arme dier. Ik probeer me een voorstelling te maken van de ellende die ze hem bezorgd hebben. Een toch wel zeer onfortuinlijke obstipatie. Nooit geweten dat je daaraan kunt bezwijken.

Maar stel je eens even voor. Deze koning onder de walvissen pendelt jaarlijks van evenaar naar noordelijke gronden, hapt dagelijks 3% van zijn lichaamsgewicht aan reuzeninktvissen weg en heeft de grootste hersenen in het dierenrijk. En zwevend, zinkend en stijgend in de koele wateren groeit in de buik van 1 op de 100 dieren het goud van de parfumindustrie: een klomp inktvisbekjes omgeven door een cholesterolachtige stof.

Niet lang geleden schonk een gulle gever mij een stukje ambergris. Een lichtbruin klompje kristallen dat mijlenver afstaat van de grijze gommie-achtige substantie die deze week op de televisie werd getoond. Het één vers, het ander misschien wel honderden jaren oud, gelouterd door zeewater, zon en tijd. Het geurt goddelijk. Zacht, zoet, warm en stralend.

Volgende week meer over ambergris en de toepassing in parfum. Wist je trouwens dat er ook wel eens mee wordt gekookt? Maar dat is weer een heel ander verhaal…