Hella

Ze is niet meer. Hella Haasse. Anderhalf jaar geleden gestorven op 93-jarige leeftijd, een omvangrijk oeuvre nalatend.

Ik heb nooit een boek van haar gelezen. Ja, ik schaam me hiervoor. Zelfs Oeroeg niet, een van de toppers van de leeslijst van de middelbare school. De titel had iets sinisters, ik bleef er liever bij uit de buurt. Overigens was Oeroeg niet het enige beroemde boek waar ik aan voorbij ging. Ook Turks Fruit heb ik links laten liggen. Ik hield toen al niet van poep, pies en sperma verhalen, hoe vernieuwend of ontroerend ook. Te heftig.

Of ik wel van lezen hou? Maar zeker! Als kind was ik al een echte lettervreter. Met een zaklamp onder de dekens een boek aan flarden lezen. Niets liever dan dat. Eerst Thea Beckman. Kruistocht in Spijkerbroek, Rad van Fortuin. Later De Komst van Joachim Stiller, De donkere kamer van Damocles, Twee Vrouwen, Opwaaiende Zomerjurken. Het waren mijn favorieten. De uittreksels van De Avonden en Het Stenen Bruidsbed pende ik over. Zo ook die van Titaantjes en Karakter. Geen doorkomen aan. Las liever Allende en Marquez. Het magische, de geesten, de schimmenwereld, ik was er dol op. Maar dat telde niet voor de leeslijst.

Hella. Nooit een boek van haar gelezen en toch voelt ze wonderlijk vertrouwd. Valt de naam van Hella, dan verschijnt haar gezicht op mijn netvlies. Dat rijpe, oude gezicht. Iets van de camera afgekeerd. Dat gezicht met dat ragfijne sluike zilvergrijze haar en de paarlen oorknoppen. Met de brede zinnelijke mond. Met de zachte gelaatstrekken, de volle ronde wangen. Met de grote donkere ogen en de robuuste wenkbrauwen. Het gezicht van kinderlijke nieuwsgierigheid en openhartigheid. Het gezicht van bescheidenheid. Ja, misschien zelfs verlegenheid. Het gezicht van begrijpen zonder te weten. Een gezicht waar liefde en lijden om de voorrang strijden. Het gezicht van de gedroomde oma.

En ineens begrijp ik het. Als Boeddha een vrouw was geweest, dan had ze het gezicht van Hella.

Vanavond wordt de Boekenweek ritueel geopend met het Boekenbal in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Voor mij startte De Week gisteravond al met de uitzending van ‘Hier is…Adriaan van Dis’, een programma dat me eerder in mijn leven maandelijks gijzelde. Ook gisteren zat ik gekluisterd aan de buis.

Schrijvers maken overigens graag gebruik van hun neus om hun verhaal te vertellen. Soms staat geur en zelfs parfum centraal. Wie kent niet Het Parfum van Patrick Süskind, een van de weinige boeken die ik tweemaal gelezen heb. Gisteren vertelde Maarten Biesheuvel aan Van Dis dat hij sommige boeken wel 10, 20 of zelfs 40 maal heeft gelezen. Zijn indringende voordracht even later van zijn eigen ‘Vader’ was het hoogtepunt van de uitzending. Hoe graag hoor ik díe opnieuw, en nog een keer, en nogmaals…

Terug naar het boek en de geur. OPROEP: deel je lievelingsboek, schrijver of gedicht over parfum of geur met mij en de lezers van deze blog. Bij een rijke oogst zal ik een aparte pagina op deze site aanmaken met de titels. Het Parfum is al genoemd; ik geef er nog een weg, een recente ontdekking: Geuren van Philippe Claudel. Lezen!

Ontrouw

Nergens wordt zo naar hartelust geflirt als in de parfumwereld. Zonder enige terughoudendheid wordt er gesnuffeld aan polsen, handruggen, onderarmen en bovenarmen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Soms raakt de neus zelfs even de huid. Dan stokt de adem en trekt een lichte siddering door het welgeurende landschap.

De ene besnuffelde slaat bevallig haar ogen op en kijkt je onbevangen aan. De andere hangt Hare Majesteit de ongenaakbare uit. Een volgende is verlegen, maar laat zich na wat aanmoediging toch uit de tent lokken. Sommigen maken er weinig woorden aan vuil en manen: ‘neem me, toe’.

Neus laat zich makkelijk verleiden door alles wat maar interessant is. Of het nu weelderige bloemenmeisjes zijn, ruwe bolsters met blanke pit, koninklijke brouwsels uit verre landen of stoere leerjongens: als er iets voorbij komt zweven dat onbekend is, staat Neus trappelend van ongeduld vooraan.

De opgewonden kreten zijn in deze grenzeloze speeltuin dan ook niet van de lucht. Zo nu en dan wordt een hoofd in afgrijzen afgewend, een neus opgetrokken of een mond zuinig samengeknepen. Er is afwijzing, adoratie en liefde op het eerste gezicht. Soms vinden tweelingzielen elkaar na een lange reis.

In deze zinnenprikkelende wereld is ontrouw aan de orde van de dag. En ook Neus bezondigt zich hieraan. Wat gisteren haar grote liefde is, laat haar vandaag onberoerd. Wat haar eerder in verrukking bracht, doet haar nu onverschillig de schouders ophalen.

Sinds deze week heeft een stuwende onrust van haar bezit genomen. Ze is grillig, lustig en hongert naar avontuur. Haar trouwe reisgenoten van de winter verraadt ze en worden verbannen naar de kelder. Ik onderga haar vileine streken in ongeloof en neem weemoedig afscheid van mijn geurige wintervrienden.

‘Trek het je niet persoonlijk aan Fars, Black Aoud, Cuir Fétiche, Equistrius en L’eau d’Hiver. Neus kan het niet helpen, het is haar natuur’, prevel ik gegeneerd.

Nu Neus de lente heeft opgesnoven is er geen houden meer aan. Ze hunkert naar bloemen en gras, naar sappige stengels en de geur van zojuist gekapt hout.

Kom maar mee Neus, we gaan buiten spelen.

Hoe gevoelig is jouw neus voor de seizoenen? Grijp jij ook bij de eerste lentestralen naar andere parfums? Vertel!

Selfridges of London

Al op Marylebone Highstreet zweven de helgele tasjes me tegemoet. Grote maten, kleine maten, bollend of met ingevallen wangen. Zonder uitzondering stapt de eigenaar ervan blij voort, opgetogen over de zojuist gedane aankoop.

Sinds dinsdag verblijf ik in de buurt van een waar Londens kooplusthof. Op een steenworp afstand van ons hotel.

Selfridges, wat kun je hier eigenlijk niet krijgen? Alle bekende en minder bekende luxemerken geven hier sinds 1909 acte de présence. Alleen al om het hele warenhuis door te lopen heb je uren nodig. Zonder ook maar een pashokje van binnen te zien, een laars uit te checken, een parfum te ruiken of een lipstick te proberen.

Ik ben trouwens helemaal niet dol op winkelen. Nooit geweest ook. Zodra ik me in een warenhuis of een koopgoot begeef krijg ik het benauwd en begint mijn hoofd te tollen. Dus als ik een mooie trui zie en hij is een beetje betaalbaar koop ik hem meteen in een andere kleur. ‘Zo dat is ook weer geregeld…’. Het enige waarvoor ik me graag de benen onder mijn lijf uitloop is parfum. En Selfridges is packed with the stuff. Dus muziek in mijn oren, muts en zonnebril op en go.

Mijn doorzettingsvermogen wordt duchtig op de proef gesteld door de sales representatives die bij een vleug oogcontact direct een koopslachtoffer van me willen maken. Met een glimlach en een ‘Just browsing, thank you’ sla ik de eerste aanvallen af. Een onverlaat waagt het een puf Gucci Guilty Black in mijn richting te sprayen. Een giftige blik gaat retour. Please….!

Wat gedesoriënteerd meer ik aan in de Dior-haven. Een beeldschone jonge vrouw met Slavische trekken (Svetlana lees ik later op haar naambordje) ontfermt zich vriendelijk doch doortastend over me. Ze zet me op een stoel en houdt me Grand Bal voor. Een elegante compositie van jasmijn, ylang ylang, neroli en musk drijft mijn neus binnen. Mijn hart reageert blij met een sprongetje, de lente is in aantocht, jawel!

Patchouli Impérial en Oud Ispahan volgen. Beide zijn heerlijk, ook hier die verfijnde en classy signatuur. Geen gekke start van dit snuffeltripje.

Door naar Chanel voor het nieuwe parfum uit de prestigieuze Les Exclusifs-serie, 1932. In Nederland pas volgende maand verkrijgbaar, maar misschien lanceren ze dit parfum wel eerder in Londen. Bingo! Tientallen flessen met een bleek geelgroene vloeistof lachen me toe.

Een puf op een geurstrook, beetje wapperen, beetje blazen. Neus bevindt zich in opperste staat van paraatheid. Langzaam snuif ik de geur op. Ik kijk de verkoper veelbetekenend aan en geef hem zonder iets te zeggen mijn rechterarm. Hij glimlacht tevreden en besprenkelt mijn huid. Ik ruik en schud lichtjes mijn hoofd. Jacques did it again.

De eerste kennismaking met 1932, een compositie rond iris, jasmijn en vetiver, is overrompelend. Ik ben benieuwd of het vervolg net zo indrukwekkend is. To be continued next week. 

Een overzeese parfumschat

Hij heet Harry en hij woont in Singapore. Hij is heel precies en zorgzaam. Zijn pakketjes wikkelt hij eerst in lichtbruin effen papier om ze vervolgens met koffiebruine tape dicht te plakken. Daarna trekt hij er een band ‘FRAGILE, handle with care’ in rode letters overheen.

Harry lijkt me een man van weinig woorden. Heeft hij ook niet nodig want hij voelt feilloos de behoefte van zijn Nederlandse klant aan. Noteert ongevraagd op de verzenddocumenten ‘sample bottle’ en geeft een schatting van de waarde naar vooroorlogse maatstaven. Nee hij jokt niet, dit moeten de flessen decennia geleden zo ongeveer gekost hebben.

De kans om iets uit Singapore te besnuffelen dat de halve wereld over heeft gereisd, laat ik me niet ontglippen. De oogst is mager, helaas. De buitenkant ruikt stoffig en ook een beetje naar vochtig papier. Er is geen verschil in geur tussen de voorkant, de achterkant en de zijkanten. Goed, weinig vertier hier. In de doos des te meer, open ermee.

Voorzichtig snijd ik met een aardappelschilmesje door onwillige lagen papier en tape heen en trek de doos open. Wat ik aantref vertedert me. Twee pakjes liggen in een wieg van noppenfolie, beschermd tegen allerhande onheil dat hen op hun lange reis kan overkomen. Zoals hobbelige transportbanden en nare luchtzakken. Of al te jolige postmedewerkers en roekeloze chauffeurs.

Als ik de kunststoffen dekentjes opzij duw, blijkt Harry een vrolijke inborst te hebben. Liefdevol heeft hij zijn koopwaar in wit papier met fleurige rode aardbeitjes verpakt, de schat. Uiteraard gebruikt hij melkwit plakband, je weet wel, dat geen lijmresten achterlaat en makkelijk loslaat.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, heeft de onvergetelijke ook nog twee kadootjes aan de zending toegevoegd. Een roze tasverstuiver met strass sterretjes en een zwarte verstuiver met de blinkende steentjes in een patroon van twee in elkaar verstrengelde harten. Beiden zijn gevat in een kleurig en luidruchtig cellofaan zakje waarop in het Maleis, Mandarijn en Engels een instructie staat gedrukt.

‘Deze klant heeft twee parfums gekocht en krijgt dus twee verstuivers’, moet hij gedacht hebben. Twee heerlijke prulletjes, die nooit in mijn tas terecht zouden komen als ik ze niet gekregen zou hebben van ene Harry uit Singapore. ‘Thanks, Harry!

Harry is uitbater van een florerende eBay-winkel en tot voor kort de eigenaar van twee flessen parfum van Guerlain. Een antieke fles Shalimar en een testerfles Jardins de Bagatelle uit de tachtiger jaren. Nu mag ik me over hen ontfermen. Met liefde Harry, ze zijn bij mij in goede handen.

 

Ik verheug me altijd enorm op een parfumpakketje. Ook al omdat er zoveel over de verkoper aan af te lezen is. Zo kreeg ik enkele jaren geleden een Republikeinse zending uit de Midwest in de Verenigde Staten. Naast de ‘We love our troops’-sticker was het pakket versierd met honden- en kattenstickers, stickers met bloemen en reliefstickers met hartjes. Ook de (internet-)winkels in Nederland hebben elk zo hun eigen stijl. De ene doet er heel genereus proefjes bij, de ander is gierig. Wat is jouw leukste ervaring? Vertel!

 

 

Dove neus

Niets. Helemaal níets! Opnieuw duw ik mijn neus tegen de vettige schil van een donkergele citroen. Maar nee hoor, geen enkel molecule van het opwekkende aroma weet zich door mijn ontstoken neusslijmvlies heen te wurmen. Teleurgesteld leg ik de vrucht die me opmontert en me doet hunkeren naar zomerse tijden terug in de mand. Ik breek een stukje af van een forse gemberwortel en hou de sappige binnenkant onder mijn linkerneusgat dat nog het minst ontstoken is. Niente. Een pot vol zwarte peperkorrels, nada. Fors geschut dan, knoflook. Aha, ruik ik daar iets van knoflook?

Nu mijn ingebouwde brandmelder buiten werking is, komt mijn ochtendboterham al dagen geblakerd uit de rooster. Als mijn oren het geluid van knappend brood opvangen en mijn ogen de blauwgrijze walm uit de rooster omhoog zien komen is het leed al geschied. Bijna 20 seconden later dringt er iets van de geur van verbrand brood tot me door.

Het is nu de tiende dag van een forse verkoudheid. Opgelopen in het open badkamerraam van waaruit ik op nieuwjaarsnacht het vuurwerk bewonderde. En ditmaal niet zo’n geruisloze verkoudheid waar zo nu en dan discreet in een zakdoekje gesnoten wordt. Nee nee, zo eentje waar de mensen van Tempo extatisch van worden. En die mijn medemens de vingers in de oren doet stoppen, getergd door het voortdurende gesnotter, gerochel en gesnif waarmee ik me omgeef. Sorry mensen.

Zouden parfumeurs als Bertrand Duchaufour en Mathilde Laurent trouwens hun neus verzekerd hebben, net zoals muzikanten als Murray Perahia en Janine Jansen hun handen?

Mijn hart gaat uit naar al die arme, arme mensen die getroffen zijn door anosmie: een gebrek aan reukzin. Ik vang deze dagen een glimp op van hun geurloze bestaan. Alsof een dikke laag watten alle indrukken dempt die de wereld op me loslaat. Neus ik mis je!

Maar Neus geeft niet thuis. Out of office voor onbepaalde tijd. ‘t Is wat…

Parfumdino’s

Ongewild verlaat een opgewonden kreetje mijn mond. Osmotheque. ISIPCA. Oh my
Het epicentrum van de westerse parfumwereld is nog maar tien stappen van me verwijderd. Twee statige roodstenen gebouwen kijken me grijs aan op deze druilerige woensdagmiddag in Versailles. Eén staat half in de steigers. De paden en grasvelden rondom lijken pas te zijn aangelegd. Verderop staat een hypermodern glazen  gebouw met, alweer, een roodstenen gevel. Parfumhistorie en -toekomst op 100 vierkante meter samengebracht. Indrukwekkend.

Buiten staan tientallen studenten te paffen. Mijn brein registreert verbaasd de geur van sigarettenrook. ‘Hè?! Hier wordt toch de volgende Edmond Roudnitska of Mona di Orio opgeleid? En die rookt?!’. Ik sta direct met beide benen op de grond. ISIPCA blijkt een gewone school met gewone studenten die in hun pauze een sigaretje roken, een bericht op Facebook plaatsen en pronken met hun nieuwste chille app. En ja, zeker, hun neus wordt getraind voor het leveren van atletische prestaties. En toch zal niet iedereen na afronding van de opleiding als meestersnuffelaar door het leven gaan. De meesten vinden als scheikundigen hun emplooi bij de Unilevers van deze wereld. En buigen zich over de geur van wasmiddel, shampoo en bodylotion.

Enkele minuten later stommel ik met ParfumWee, mijn reisgenote met eenzelfde olfactorische verslaving als ik, de trap op naar een ruimte die tot de nok is gevuld met voornamelijk antieke parfumflessen. De meerderheid is achter glas weggeborgen, veilig voor grijpgrage handen als de mijne. Op een tafel staat een enorme fles Poison, op de vensterbank een kingsize Le Dix en Calandre. Ongetwijfeld factices, nepperds met gekleurd water. Imposant blijft het.

De schemer is al ingevallen als we twee en half uur later weer buiten staan. Mijn neus is moe, mijn geest is moe, maar wat ben ik tevreden. Parfum Royal (1e eeuw na Chr.), Fougère Royale van Houbigant (1882), Chypre de Coty van Coty (1917), Tabac Blond van Caron (1919), Iris Gris van Jacques Fath (1947), allemaal passeerden ze deze middag de revue. Stuk voor stuk parfumlegendes die generaties parfumeurs hebben geïnspireerd in hun werk.

Le Fruit Défendu van Rosine, een parfum dat in 2014 zijn honderdste verjaardag viert, is de grootste verrassing deze middag. Geconfijt fruit, sinaasappelzeste, Turks fruit, tropische bloemen. De fijnste vanille. Romig, zacht, rond en rijk. Met recht de allereerste gourmand, een parfum dat je doet watertanden. Paul Poiret en Henri Almeras bewijzen dat ze hun tijd ver vooruit waren. In bewondering voor zoveel creativiteit en moed snuffel ik aan de geurstrook en schud mijn hoofd.

Parfumdino’s, ik kan er geen genoeg van krijgen.

En ben jij een liefhebber van parfums uit voorbije tijden of van geuren met een vintage karakter zoals de klassiekers van Guerlain? Laat het mij en de lezers van deze blog weten door te reageren op dit artikel.

Geurige anti-depressiva

Het valt niet mee dit jaar, me over te geven aan de herfst. ‘Juist gezellig’, zeg je? Je doelt op die geurige stoofschotels in de oven? Of op de brandende kaarsen op tafel? De lange avonden met The Wire en Six Feet Under? Gezellig, zeker, maar ik ben er nog niet voor in de stemming. Sterker nog, de donkere en vochtige maanden die bewegingsloos in het verschiet liggen, bezorgen me koude rillingen en slechte zin.

Uit balorigheid liet ik de afgelopen weken dan ook die gerieflijke jas in de kast hangen. En bleef de lade met maillots dicht. Liever rillerig over straat met blote benen en armen, dan me in te zwachtelen tegen de onstuimigheid van de wisselende seizoenen.

Natuurlijk worden ook dit jaar de plannen om te emigreren weer afgestoft. Deze keer valt Lake Wanaka op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland als mogelijke schuilplaats en ook Hobart op Tasmanië wordt genoemd. Zelfs Corsica passeert de revue. De weigering is totaal. Oh zomer, waarom verlaat je mij?

Helaas arriveert de herfst sneller dan ik mijn koffer kan pakken. Zijn adem giert door het Jekerdal en maakt duidelijk dat de jurkjes en zonnebrillen voor dit jaar hun taak hebben volbracht. Een straffe wind waait me bijna de jas uit en de kastanjes vliegen me om de oren, au!

Goed. ‘t Is me duidelijk, tegenstribbelen is zinloos. Kom Tee, verzin een list en laat je niet bij de neus nemen door een herfstdepressie. Niet zo moeilijk toch met een kelder vol parfum? Die gedachte montert me op.

In een oogwenk zijn de twee luchtdichte kisten met geuren naar boven gesleept. Het ene na het andere flesje vindt haar plek in de geurbibliotheek op de eerste verdieping van ons huis. De keuze voor de komende weken is snel gemaakt.

31 Rue Cambon • Les Exclusives de Chanel
Amyitis • Mona di Orio
Coromandel • Les Exclusives de Chanel
Cuir Fétiche • Maitre Parfumeur et Gantier
Equistrius • Parfum d’Empire
Feminite du Bois • Shiseido
Hanbury • Maria Candida Gentile
Luxe Champaca • Comme des Garçons
Ormonde Woman • Ormonde Jayne
Tubéreuse • Mona di Orio
Ubar • Amouage

Welkom terug lievelingen, jullie zijn precies wat ik nodig heb.
Het is herfst, hoera!

En grijp jij ook naar andere parfums als het weer omslaat? Wat zijn jouw favoriete herfstgeuren? Ik ben benieuwd naar je selectie.

Parfumschatten in Cogne, wie had dat gedacht?

Met één ononderbroken beweging bestaande uit woest prikken, happen, krachtig kauwen en slikken werkt ze in twaalf minuten een salade met mais, tonijn, tomaten, ei en dikke donkergroene slabladeren weg. Na de laatste hap gooit ze haar vork in de slakom, staat op en loopt naar de koeling die direct links in het café staat. Ze opent de glazen deur, pakt een ijsje met glanzend bruin-gouden wikkel en scheurt de verpakking al lopend naar haar tafeltje open. Het is duidelijk dat ze hier kind aan huis is.

Ze ploft in haar stoel, gooit de wikkel in de slakom en begint aan het zoete deel van haar lunch. Met een bijna mechanische precisie wordt dit onderdeel afgewerkt. Met iets opgetrokken lippen zet ze haar tanden in de koude donkerbruine chocolade en bijt er een fors stuk af. Haar mond maakt een licht zuigende beweging, die niet langer dan een paar seconden duurt. Ze slikt kort en hapt zonder aarzeling opnieuw in haar koude toetje.

Na vier minuten is het ijsje weg. Met enige spijt bekijkt ze het afgelebberde stokje. Ze steekt het nog enkele malen in haar mond, sabbelt er krachtig aan en werpt het na de vijfde keer met een geïrriteerd gebaar bij de vork en de wikkel in de vettige slakom. Ze pakt haar Iphone, checkt haar berichten en stapt na een minuut of tien op.

In datzelfde luttele halfuurtje lepelt de plaatselijke agent staand zijn Illy Crema wellustig op, kibbelt het bruine, afgetrainde stel onophoudelijk tijdens het drinken van hun caffè en mompelt de dorpszonderling, tot op de draad gerimpeld, tandeloos en met kristalheldere ogen, zijn bezweringsfomule.

Mensen kijken, ik kan me er uren mee vermaken. En zeker op het terras van Café di Cogne, Gran Paradiso. Er gebeurt niets op deze plek, maar er is veel te zien.

Zonder mijn ogen van de gasten af te wenden breng ik voor de zoveelste keer mijn pols naar mijn neus. Het observeren komt ogenblikkelijk tot stilstand. Tsjonge, wat is dit lekker zeg. Wauw. En dat in Cogne. Wie had dat gedacht?

Een ruime collectie van het 450 jaar oude Florentijnse Farmacia SS. Annunziate bevindt zich recht tegenover het terras in het piepkleine zaakje Le Cadeau. Tussen de peperdure badjassen, centimeters dikke handdoeken, huisparfums en handgemaakte sloffen staan Agrumi, Isos, Fiore di Riso en Ambra Nera. Om er maar eens een paar te noemen.

Anderhalf uur ben ik er binnen geweest, besprenkelde mezelf rijkelijk met mijn favoriet en liep met een tasje in de hand weer naar buiten. Niet eerder maakten de parfums van dit bijzondere huis zo’n indruk op me. Was het de frisse berglucht of de ontspanning die mijn neus zo gevoelig maakte? Of ruikt een parfum op 1500 meter anders dan op zeeniveau? Bestaat er ook zoiets als het Retsina-effect bij parfum?

Volgende week kan ik je hier meer over vertellen, onthul ik welke geur het daar in Cogne tot mijn pols heeft gebracht en bespreek mijn favorieten.

En denk jij dat het Retsina-effect ook bij parfum kan optreden? In het vakantieland ruikt het parfum heerlijk, maar bij thuiskomst ben je er helemaal niet meer zo weg van? Ik ben benieuwd naar je ervaringen.

Ik ga op reis en neem mee…

Teenslippers. Check. Tandenborstel. Check. Mascara en lipgloss. Check check. Jurkje blote rug. Check. Bolerootje. Check. Hakken. Hakken? t’ Is er snikheet. Ga je die arme voeten daarin persen? Oké, oké, het oog wil ook wat. Check. Plastic om mee te betalen. Check. Lavendelolie. Check. Bonita Avenue. Check. Schriftje. Check. Mobieltje. Check. Parfum. Uhhh. Uhm. Hmm.

‘Nee Tee, dat gaat echt niet.’
‘Wat gaat niet?’, vraag ik onnozel.
‘We gaan geen flessen meeslepen.’
‘Hè, hoezo niet?’, hou ik me van de domme.
‘Teveel gesjouw en ze nemen te veel ruimte in.’
‘Ik heb geen probleem met sjouwen en er is voldoende plek in de auto’, antwoord ik kregelig.
‘Maar het is er veel te warm voor die gevoelige watertjes.’

Ai, dat snijdt hout. Warmte is heel slecht voor parfum. Mijn linker hersenhelft heeft weer eens gelijk. Ergerlijk. Ik haal de flessen uit mijn reistas en stal ze voor me uit op tafel. Een mooi gezicht.

Eau Parfumée au thé vert van Bvlgari, voor op die echt hete dagen. Het zullen er best wat zijn. Geen twijfel mogelijk, moet mee.

Frangipani van Ormonde Jayne, zalig voor ‘s avonds op een terrasje. De ultieme after sun. Check.

Boisé Fruité van Montale, echt iets voor als we van de Gran Paradiso naar de Langhe rijden. En natuurlijk zijn Roses Musk, altijd goed.

Een oude Vent Vert van Balmain, groen floraal en opwekkend. Peinzend houd ik haar in mijn hand. Zou wel eens van pas kunnen komen voor dat dagje Turijn. Dan kan Bel Respiro van Chanel thuisblijven. Dat scheelt weer.

Maharani Intense van Nicolai. Die moet sowieso mee, die kan ik echt niet missen.

Jabu van Mona di Orio. Stel het wordt koud daar in de bergen, dan komt deze poederige, warme oranjebloesem goed van pas. Oh, en het kan natuurlijk ook een dag regenen. Goddank is er Beige van Chanel, die helpt me er wel doorheen.

Ik haal de glazen buisjes, spraytjes en trechtertjes te voorschijn en pak de fles Bvlgary. Een, twee, drie, twintig pufjes in een buisje. Het begint onmiddellijk heerlijk fris te ruiken in mijn werkkamer.

Een half uur later staan 7 spraytjes voor me op tafel en de mini Vent Vert. Daar moet ik die dagen toch wel mee doorkomen? Even bekruipt me de twijfel en kijk ik nog eens rond op mijn geurkamer. De doos met citrusgeuren lonkt naar me en ik trek haar uit de kast. Het proefje van Bigarade Concentree ligt voor het grijpen. Check. En deze moet ook mee. De héle fles. Zo, nu ben ik er klaar voor.

Het had wat voeten in aarde, maar de klus is geklaard. En welke parfums mogen met jou mee op reis? Ik ben benieuwd naar jouw selectie.

De geur van lindebloesem, een olfactorisch gebed

De geur van lindebloesem. Niet eerder was hij zo bedwelmend als dit jaar. Maastricht lijkt sinds twee weken wel geïmpregneerd met dit zoete, zinsbegoochelende aroma. Een ietwat weeïge bloemengeur, zwoel en toch vederlicht en delicaat als een zachtgele zijden sjaal.

Nietsvermoedend haastte ik me vorige week op de fiets naar het station, toen iets zoetgeurends me opeens uit mijn trapritme haalde. Mijn benen weigerden dienst. Spieren van bovenbenen en billen verslapten. Mijn hartslag vertraagde, de huid van mijn gezicht werd ietsje ruimer en ik voelde mijn ogen verzachten.

Opgetogen kijk ik om me heen. Even is de poëzie terug in mijn leven en stroomt er geluk door mijn aderen, zomaar uit het niets. Hee, in welk paradijs ben ik nu opeens beland?
Mijn neus draait naar links, naar rechts, naar boven. Ik geef mijn ogen de kost en inhaleer vier keer kort. Maar de bron blijft aan het zicht onttrokken.

Ik begin langzaam weer te trappen, sla rechtsaf en bevind me nu ergens aan de goudkust van Maastricht. En ja, daar gebeurt het. Een laan met meer dan twintig oude bonkige lindebomen, gebukt onder hun zware bloementooi, staan samen in olfactorisch gebed. Minutenlang luister ik naar hun welriekende geprevel.

Aandachtig ruiken is zoiets als mediteren. Ik kan op een kussen gaan zitten en mijn ademhaling observeren of de energie in mijn lichaam, maar mijn neus openzetten is zeker zo effectief. Plannen en voornemens verdampen. Haast, onrust, verlangens, ze verliezen allemaal hun greep op me.

Doe het eens. Sta eens stil bij de geur van het moment. Tijdens het wachten voor een stoplicht. Als je een winkel binnenloopt  of je werkkamer. Druk je neus eens in de was die je zojuist uit de machine hebt gehaald. Of tegen de wortel of biet die je net hebt doorgesneden. Zet je neus open en besnuffel het moment. Zonder oordeel. Zo ruikt de wereld, jouw wereld, nu. Magisch toch?

En welke geur van alledag brengt jou tot stilstand? Word jij er ook weleens door overvallen? Ik ben benieuwd naar jouw verhaal, vertel het mij en de lezers van deze blog.